Taaldokter

De Taaldokter hoort wel eens wat. Dan vist hij een beduimeld notitieboekje uit zijn zak en schrijft het op. En als hij het de volgende dag nog kan lezen, kunt u het nu ook lezen. Belangrijkste bevinding: de schepping heeft niet voorzien in een zwanenhals tussen hersens en mond. Hier is de Taaldokter. Kleedt u zich maar uit.

Eerlijk gezegd ben ik het met u eens

Het viel weer vaak te horen, de voorbije weken in de aanloop naar de verkiezingen: ‘Eerlijk gezegd…’

Je verwacht dat er iets volgt wat in strijd is met het voorafgaande, of daar op z’n minst belangrijke kanttekeningen bij plaatst, of iets waarvoor de spreker zich zou moeten verontschuldigen. ‘Eerlijk gezegd hou ik niet van perenijs.’ ‘Eerlijk gezegd ben ik het daar niet mee eens.’ ‘Eerlijk gezegd vind ik dit een kansloos voorstel.’ ‘Eerlijk gezegd kan ik niet zo lang blijven als beloofd.’

Dit echter is een eerlijk gezegd van een andere orde. Een eerlijk gezegd waarop namelijk iets volkomen normaals volgt, iets wat ook in het geheel niet controversieel is. ‘Eerlijk gezegd ben ik het helemaal met de heer Buma eens.’ ‘Eerlijk gezegd vind ik ook dat we er nu samen de schouders onder moeten zetten.’ ‘Eerlijk gezegd vond ik het een goed debat.’

De reden? De spreker trekt direct de aandacht, precies omdat de luisteraar een confrontatie verwacht. Daarnaast is er die eendimensionale wet van de positieve formulering: je wordt er niet eerlijker van als je vaak zegt dat je het bent, maar het lijkt wel zo. En je kunt beter zeggen dat je eerlijk bent dan I’m not a crook.

Enfin. Ze zullen het wellicht niet bewust doen, maar het zou aardig zijn als de notoire eerlijkgezegd-zeggers – en dat zijn vrijwel alle lijsttrekkers – daarover het vuur eens na aan de schenen gelegd werd.

Een enorm dingetje

Vanochtend klonk minister Hennis van Defensie op de radio.  Natuurlijk werd haar een vraag gesteld waarop ze geen antwoord wilde geven (was ze beschikbaar voor die en die functie in een nieuw kabinet of iets vergelijkbaars). Nee, dat deed ze niet, want ze had zich ooit eerder aan zo’n bespiegeling gewaagd, en dat was toen nog  ‘een enorm dingetje’ geworden. Een Enorm Dingetje. Schijnbaar een soort contradictio explicita: een nogal nadrukkelijke tegenstrijdigheid. Dat ‘-etje’ lijkt immers in tegenspraak met dat ‘enorm’: klein is per definitie niet groot.

Al geruime tijd vinden veel mensen veel dingen ‘nogal een ding’- implicerend: iets van formaat, iets moeilijks, iets veelomvattends. Dat zijn dus ‘dingen’. Fraai is het niet, maar wel lekker breed toepasbaar. Iets recenter zijn die dingen in zekere kringen ‘dingetjes’ geworden: lekker hip verwoord, met de suggestie van peulenschil, maar ook dat understatement ‘dingetje’ heeft meestal grote consequenties. Als je hoort dat iets ‘nog wel even een dingetje’ is, weet je al dat er ellende van komt. Beetje knipoog, beetje tongue-in-cheek – want dat het geen dingETJE is, weet de spreker ook wel.

Maar kennelijk zijn er ook ‘enorme dingetjes’. Waaruit valt af te leiden dat dat achtervoegsel ‘-etje’ in ‘dingetje’ zijn betekenis aan het verliezen is. Dingetje is het nieuwe ding, als het ware.

Lexicon voorvoegselverwildering

Aftoetsen
Een docent sprak over ‘het aftoetsen’ van leerlingen. Hij bedoelde gewoon ‘toetsen’, maar door dat ‘af-‘ leek het net alsof het iets meer was. Suggereerde hij ermee de Moeder aller Toetsen te gaan afnemen? En deed dat ‘af’-‘ niet ook het ergste vrezen voor de uitslag? Waren zijn leerlingen bij voorbaat al gewogen en te licht bevonden? De Taaldokter wist het niet, temeer omdat dat ‘af-‘ tegelijkertijd iets afraffelends afrondends deed vermoeden: even op een vrijdagmiddag tweehonderd leerlingen ‘aftoetsen’. Aftoetsen: geen adequaat woord.

Aanvliegen
Over een vrouw die overleed aan het – aan Ebola verwante – Marburg-virus, werd geschreven dat ze was ‘aangevlogen’ door een vleermuis (die het virus kan overbrengen). Van ‘aanvliegen’ dus, net zoals ‘aanrijden’ en ‘aanvaren’. Toch klonk het hier merkwaardig, door de associatie met termen als ‘de aangevlogen goederen’, zinnen als ‘daar komt ze aangevlogen’, en met ‘iemand aanvliegen’ in de betekenis van ‘te lijf gaan’. Prettig beknopt is het wel.

Afjagen
Uit het voetballexicon. Een speler die afjaagt, jaagt op de bal of de tegenstander die die bal heeft, niet per definitie met succes. Het verschil met ‘jagen’ en ‘opjagen’ is dan ook niet geheel duidelijk; ‘afjagen’ heeft wellicht een iets dwingender connotatie dan ‘jagen’ sec; de implicatie is dat de afgejaagde speler zodanig wordt lastiggevallen dat deze niet in staat is iets nuttigs te doen met de bal.

Afposten
Agent op de uitkijk voor een ‘drugspand’: ‘Wij staan momenteel dit pand af te posten.’ Alsof hij de moeder aller postopdrachten uitvoerde, waarna verder posten voorgoed overbodig zou zijn geworden. Allemaal dankzij dat prefix ‘af-‘. Niet dat het veel betekent, maar vermoedelijk klonk het naar zijn smaak beter dan ‘Wij staan voor dit pand te posten.’ Angst voor associaties met postbestellers?

Afzegenen
B. Staal bij Pauw en Witteman over de zogeheten ‘bankencode’: ‘Die is afgezegend in de Tweede Kamer.’ Afzegenen. Een meerderheid van de Kamer is akkoord gegaan met die code, maar met dat ‘afgezegend’ bedoelde hij vermoedelijk te zeggen dat het veel meer was dan dat: niet alleen had de Kamer de code ‘gezegend’, zij had hem maar liefst ‘afgezegend’ – naast associaties met fiattering, ja, een soort heiligverklaring, ook de connotatie van ultimiteit: de code was nu toch echt, unaniem, tot in lengte der dagen afgezegend. Niets meer aan te doen.

Bij de Taaldokter doemden associaties op met ‘ultieme afrekening’ en de daarmee gepaard gaande wroeging en spijt. Nooit ‘afzegenen’ als je ook gewoon ergens je zegen aan kunt geven, daar kwam het op neer.

Bevragen
Er wordt tegenwoordig nog maar zelden gesproken van ‘ondervragen’. Misschien de negatieve Guantanamo Bay-associaties die dit woord oproept. Kon vroeger een interviewer een politicus nog rustig ‘ondervragen’ over zijn beleid, tegenwoordig laad je dan als journalist al snel de verdenking op je dat je er waterboarding-praktijken op nahoudt.

Om niet al te autoritair over te komen komen, heeft iemand bedacht dan maar de term ‘bevragen’ te gebruiken. Interviewers, in de media, maar vooral wetenschappelijke onderzoekers, ondervragen sindsdien geen mensen meer: ze bevragen. Gedverderrie. Lekker democratisch elkaar bevragen.

Inhuizen
Projectontwikkelaar: ‘De nieuwe bewoner kan over een paar weken inhuizen.’ Wat zullen we nou krijgen? Is ‘intrekken’ niet goed genoeg? Of is dit meer, en voelt de inhuizer zich meteen thuis in zijn nieuwe inwoning? De Taaldokter kreeg er bepaald een uithuizig gevoel van.

Inlenen
Minister J.K. de Jager sprak bij Vinger en Tandjes van de EO over de ‘overheidsfinanciën’. Hij doet dat altijd als de schoolmeester waar je wel over leest, maar die niemand ooit werkelijk heeft gekend: ‘Stel, ik heb drie appels. ..’ etc. Nu wilde hij uitleggen dat de overheid geld leent en dat weer uitleent en dat alles daardoor goed komt, als de Taaldokter het goed begreep. Om dat principe duidelijk te maken zei hij: ‘We lenen geld in en vervolgens lenen we het weer uit.’

Inlenen. De Taaldokter had er nog nooit van gehoord, maar op Google levert het toch al snel zo’n 50.000 treffers op, en het staat ook in een (oude) Van Dale – met de toevoeging: ‘verkeerdelijk gebruikt’. Wellicht is het typisch economisch jargon, net zoals dat mysterieuze ‘inverdienen’, maar waarschijnlijker is dat De Jager de tegenstelling met ‘uitlenen’ wilde benadrukken. Je kunt niet duidelijk genoeg zijn.

Maar het tegenovergestelde van ‘uitlenen’ was toch gewoon ‘lenen’? Trouwens, zelfstandig ‘in’ is dan wel het tegenovergestelde van ‘uit’, maar als prefix niet: ‘inzien’ – ‘uitzien’, ‘inleggen’ – ‘uitleggen’, ‘inhalen’ – ‘uithalen’. ‘Inlenen’ – ‘uitlenen’ heeft wel enige verwantschap met ‘inhuren’ – ‘verhuren’ of ‘uithuren’ (zeldzaam). Maar ‘huren’ en ‘inhuren’ verschillen duidelijk van betekenis: het een gebruik je grofweg voor dingen en het andere voor mensen. Zo’n verschil is er niet tussen ‘lenen’ en dat ‘inlenen’ van De Jager. Daarom beschouwt de Taaldokter het als een gevalletje Voorvoegselverwildering.

Inlezen
In 2007 hoorde de Taaldokter knuffelpoliticus P. Winsemius op tv zeggen: ‘Ik heb de rapporten ingelezen.’ Inlezen. Bedoelend: ‘Ik heb er een blik in geworpen.’ Niet: ‘Ik heb me in de materie verdiept’ – maar dat wel suggererend! Dit leek een aftreksel van termen zoals ‘inrijden’ (van een nieuwe auto) en ‘indrinken’ (voor een avondje stappen). De Taaldokter besloot zijn oren te spitsen: werd er ook gesproken over inluisteren, ineten en inschrijven?

Inmeten
Schijnbaar steeds vaker te op te tekenen: ‘inmeten’: bedrijven ‘meten’ gebouwen ‘in’, gordijnen en kasten moeten worden ‘ingemeten’; er wordt zelfs ‘digitaal ingemeten’. Nog niet zo lang geleden betekende dit ‘te royaal meten, en daardoor materiaal verliezen’, en soms, specifiek voor de landmeetkunde, ‘gelijke delen afzetten op een te meten stuk’.

Het huidige ‘inmeten’ wordt echter meestal gebruikt in de betekenis van ‘berekenen’ of gewoon ‘meten’. Dan is dat prefix ‘in-‘ dus volkomen overbodig – sterker nog: een typisch voorbeeld van interessantdoenerij.

Inoefenen
Sinds de conducteur geen tang meer heeft gaat vervoer per spoor hard achteruit. De Taaldokter werd in de trein begroet door de conducteur: ‘Goeiemorrege… eh… -middag. Hehe. Effe inoefenen.’ Inoefenen? Godallemachtig. Laat hij gewoon zijn vak uitoefenen.

De krant: Brusselse obers oefenen Nederlands: ‘Via gratis oefensessies en een zakwoordenboekje dat het Huis van het Nederlands samenstelde, kunnen obers sleutelzinnen die ze dagelijks gebruiken, inoefenen.’ Getver.

Onderwijsonderzoeker: ‘Het lijkt er op dat je je meer moet richten op het inoefenen van een bepaalde methode.’ Welja.

Inregelen
Sommige dingen worden niet ‘geregeld’ of ‘afgesteld’ maar ‘ingeregeld’. Installaties bijvoorbeeld: ‘De geluidsinstallatie dient door een daartoe bevoegde instantie te worden ingeregeld.’ Meer dan bij ‘afstellen’ zie je een bekwaam vakman in een brandschoon uniform met de tong uit de mond behendig in de weer zijn met obscure knopjes, displays en Technische Instrumenten – en dat zal ook wel de bedoeling zijn. Ook al gehoord alternatief: ‘afregelen’ – het ultieme inregelen.

Opfiksen
In de vakantieperiode mag het ook best eens over het Engels gaan (ook lid van de familie der West-Germaanse talen trouwens, en je ziet er soms verrassend bekend voorkomende verschijnselen).

De Taaldokter probeerde in te loggen op Twitter, en toen verscheen deze boodschap op het scherm: ‘Something is technically wrong. Thanks for noticing – we’re going to fix it up and have things back to normal soon.’

Even afgezien van dat misplaatste ‘Thanks for noticing’ verbaasde de Taaldokter zich over dat ‘to fix up’, dat allerlei betekenissen heeft, waaronder iets als ‘to improve the condition’. Die zou hier best van toepassing kunnen zijn, maar waarom niet gewoon gezegd: ‘we’re going to fix it’ (‘repareren’, ‘corrigeren’, ‘in orde maken’)? To fix up lijkt een exponent van de Engelse variant van de Nederlandse voorvoegselverwildering. Lekker woord wel, en ook in het Nederlands te gebruiken: ‘Geen zorgen, we fiksen het helemaal op.’

Oplijnen
Een marechaussemedewerker, geïnterviewd voor de radio na een incident met F16’s: ‘Wij zijn getuigen aan het horen, we willen de zaak zo snel mogelijk oplijnen en opschalen.’

Klinkt wel lekker, ‘oplijnen en opschalen’. Aanpakken. Groots werken. Helikopterview. Dat ‘opschalen’ is een uitermate populair begrip aan het worden, net als het verwante ‘schaalvergroting’. Meestal wordt er niets meer mee bedoeld dan iets als ‘uitbreiden’. In dit geval zal de man wel bedoelen dat in meer geledingen van de organisatie wordt gezocht naar betrokkenen. Maar wat is nou toch ‘oplijnen’? De Taaldokter kan er echt geen chocola van maken. De interviewer waarschijnlijk ook niet, maar die vroeg er niet naar.

Optrainen
Voetballers en hun trainers, ze maken het er zelf naar dat ze zo vaak in verband worden gebracht met raar taalgebruik. Vandaag weer coach Atteveld van Roda JC over zijn speler A. Oper, die vaak geblesseerd zou terugkeren van wedstrijden met zijn nationale ploeg, waar men bij Roda dan ‘hardstikke ziek’ van zou zijn, wat een merkwaardige, wat onsmakelijke en onsympathieke uitdrukking blijft, maar nu hadden zij hem – Oper dus – ‘keihard opgetraind’. Lekker. Keistrak. Opgetraind.

Uitregenen
Dat het in verband met de brand in Moerdijk (de ‘verschrikkelijke / afschuwelijke / dramatische’ brand, lijkt iedereen zich weer verplicht te voelen daaraan toe te voegen) in de media gebezigde werkwoord ‘uitregenen’ hier en daar wordt gedefinieerd als ‘verwijdering door regen van radioactieve deeltjes in de atmosfeer die ontstaan zijn bij een kernexplosie’ zal de omwonenden niet vrolijk stemmen.

Uitnutten
Vraag op LinkedIn: ‘Welke LinkedIn expert wil Deli XL helpen met een down to earth workshop over het zakelijk inzetten en uitnutten van LinkedIn?’ Uitnutten. Je denkt aan een grap, maar het is serieus bedoeld. Kwestie van smaak, want de term kan best ‘nuttig’ zijn in de betekenis: ‘volledig, optimaal benutten’. Zo zou de Taaldokter het dan ook gewoon noemen. Want ‘uitnutten’, kom nou toch! Die schraperige, voor-een-dubbeltje-op-de-eerste-rang-connotatie ook – hij zag de workshoptitel al voor zich: ‘LinkedIn: nu gratis geheel uitgenut!’

Uitvragen
Na het verwerpelijke ‘bevragen’ werd de Taaldokter een nieuwe variant van het ‘ondervragen’ toegevoegd, door een secretaresse of office-manager van een onderwijsinstelling te Nijmegen, die meende hem – op zoek naar secretaresses overste – volledig te moeten uithoren over ‘waar het precies over gaat’, de schrik van iedere beller, want je legt zoiets uit en vervolgens verbinden ze je eeuwig door, of wordt de verbinding om nooit opgehelderde redenen verbroken: ‘Dan weet hij waar het over gaat, omdat ik u alvast een beetje uitvraag.’ Huuuh! Vooral dat ‘alvast’. ‘Ik vraag u alvast een beetje uit.’ Ik warm u alvast een beetje op. Daarna woon ik u helemaal uit.

Versterven
Bewoners van verpleeghuizen schijnen te kunnen ‘versterven’, althans volgens Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Clémence Ross in haar Poldernederlands. Afsterven dus eigenlijk.

Vollezen
Soapies lezen! Scène uit GTST: ‘Ik heb wel drie boeken volgelezen!’

(Be)dreigen
Er is altijd een uitzondering die de regel ontkracht (en niet: bevestigt, zoals men dan vaak zegt); in dit geval een merkwaardig krantenbericht waarin een noodzakelijk voorvoegsel juist wordt weggelaten. Aangetroffen in het Parool – die regionale omroep op papier: ‘Gistermorgen om half tien dreigden twee overvallers het personeel van het Etosfiliaal met een vuurwapen en eisten geld.’

Dreigden… Vervolgens stalen ze het personeel en de klanten zonder zich te zinnen, stegen een motorfiets en reden weg zonder beterschap te loven; sterker nog, ze scheurden zich van het lachen.

Arelaxt in disbalans
Dan is er ook nog het toevoegen van interessant aandoende voorvoegsels. Bijvoorbeeld ‘a-‘ of ‘dis-‘ in plaats van het ‘ouderwetse’ ‘on-‘.

Op één nazomerterras gehoord: ‘arelaxt’ en ‘disbalans’. Over dat laatste zijn we snel klaar: ‘onbalans’ zou normaler klinken, ‘niet in balans’ nog beter. De Taaldokter vermoedt een gevoel van dikdoenerij. Met het prefix dis- klinkt alles al snel professioneler en serieuzer. Lekker belangrijk. Dat eerste is interessanter, alleen al omdat er niet zo eentweedrie een goed alternatief is voor ‘relaxt’ – dat vaak wordt gebruikt, en hier eigenlijk alleen opviel door dat a-. Ontspannen? Dat is te beperkt. ‘Relaxt’ combineert ‘ontspannen’, ‘zonder gedoe’, ‘leuk’, en nog wel meer betekenissen. Dus kun je ook arelaxt zijn. Wat niet het geval was op dat nazomerterras.

OverheidsOnzinGenerator

 

 

 

 

Na de KunstBullshitGenerator presenteert de Taaldokter nu ook zijn OverheidsOnzinGenerator (OOG). We kenden al de Bullshitbingo: het spelletje waarbij je verboden woorden (‘bullshittermen’) afvinkt, zoals ‘synergie’, ‘in de week leggen’, ‘bandbreedte’, ‘benchmark’ en ‘toegevoegde waarde’. Maar: overheidstaal is juist mede berucht vanwege combinaties van dergelijke gratuite termen, resulterend in aannemelijk en zelfs gewichtig klinkende, maar volledig betekenisloze zinnen: ‘De inzet van gemeentelijke professionals biedt perspectieven bij het samen optrekken rond de eigen verantwoordelijkheid zodat alle partijen over hun eigen schaduw heen kunnen stappen.’

Daarom is er nu de OverheidsOnzinGenerator (OOG): een handig schema dat helpt zulke constructies te herkennen, te voorkomen, en – voor wie de onbedwingbare neiging heeft – zelf te maken. Combineer naar hartenlust willekeurige termen uit de vier kolommen, en creëer uw eigen overheidsjargon. Altijd multi-interpretabel, altijd polyvalent!

Relevante inzichten in hernieuwde verbinding

Beste relatie,

Fijn dat u graag ‘een jaar van nieuwe perspectieven’ ‘in partnerschap’ met ons ‘verkent’. Fijn dat u constateert dat er ‘veel in beweging is’ – altijd goed. Fijn ook dat u oog heeft voor onze ‘beroepstrots’ en ‘bevlogenheid’ (jammer dat u onze ‘passie’  niet noemde). Een hele geruststelling dat uw ‘missie’ constant blijft, zodat ‘mensen en organisaties’ zich niet ‘op onsamenhangende wijze’ ‘ontwikkelen’. Heel prettig dat u ons wilt helpen om ‘duurzaam’ ‘ het verschil te maken’. Heerlijk dat u ons ‘een spiegel voorhoudt’ en dat u ‘vragen stelt’. Dat U ons, kortom,  laat ons leren in onze eigen ‘beroepscontext’, dat U ons  Relevante Inzichten ‘aanreikt’. En dat U ernaar uitziet dat ook in 2015 weer met ons te doen. In Hernieuwde Verbinding… Waaraan hebben wij het verdiend? Geprezen zij Uw Naam.

En nu wegwezen met je tergende clichés die een normaal mens het schaamrood op de kaken brengen, je borstklopperige verbale onanie en je hemeltergend paternalistische toontje. Nog zo’n fantasieloos jaar vol platgetreden paden en gebakken lucht wensen wij niet ‘in partnerschap met u’ te ‘verkennen’.

CNA

 

Als je het bij jezelf merkt

Wat is dat toch met die mensen die dingen ‘bij zichzelf merken’? Nu weer een jonge homo op tv die ‘bij zichzelf merkte’ dat hij ‘heel erg klaar was met verstoppen’. De formulering suggereert een halve seconde lang gezonde distantie, een analytische blik en reflecterend vermogen, maar bij nadere beschouwing kun je niet anders dan concluderen dat dat soort lui telkens weer wordt overvallen door het vat ongeleide emoties dat ze zelf blijken te zijn.